Ondanks de oproep van premier Rutte om de bezuinigingen niet op de burgers en ondernemers af te wentelen, verhogen diverse grote gemeenten toch hun ozb-belasting. Daarmee lappen ze Ruttes oproep aan hun laars.
Dat stelt werkgeverslobby VNO-NCW op basis van onderzoek onder de tien grootste gemeenten. Eerder deze week toonde Rutte zich op het jaarcongres van belangenorganisatie MKB-Nederland bewust van de zorgen van ondernemers dat gemeenten de forse bezuinigingen op het Gemeentefonds gaan compenseren door bedrijven extra te belasten. Volgens Rutte kan dat 'funest zijn voor bedrijven'. Hij zei hierover in gesprek te willen met gemeenten als die de lasten voor ondernemers toch willen verhogen.
Groningen
Uit een onderzoek van VNO-NCW dat deze week wordt gepubliceerd in het huisblad Forum, blijkt echter dat acht van de tien grootste gemeenten van plan zijn om het tarief voor de onroerendezaakbelasting (ozb) voor bedrijfspanden te verhogen. Groningen spant de kroon met een ozb-verhoging van niet minder dan 10,3 procent. Utrecht is tweede met een stijging van 8,2 procent en Eindhoven staat derde met een plus van 7,3 procent. Almere en Amsterdam completeren de top 5 met stijgingen van 6,2 en 5,5 procent.
Voorzitter Bernard Wientjes van VNO-NCW heeft er schoon genoeg van dat ondernemers weer als melkkoe van stal worden gehaald. "Gemeenten moeten zelf orde op zaken stellen. De stedelijke economie en werkgelegenheid moeten het van ondernemers hebben, die moet je niet afknijpen. Ik heb gelukkig gehoord dat premier Rutte het ermee eens is en ook vindt dat ondernemers de rekening van de crisis niet op deze manier hoeven te betalen." Groningen bevestigt de hoge stijging. De gemeente wil komend jaar in totaal 4 miljoen euro extra aan ozb ophalen. Dat levert een lastenverhoging op van ruim 8 procent. "En dat heeft inderdaad te maken met lagere inkomsten uit het Gemeentefonds. Ondernemers betalen bovendien een toeslag van 2 procent voor een nieuw ondernemersfonds, waarmee de gemeente economische promotieactiviteiten wil betalen."
Bron:telegraaf.nl